Baas over eigen borst(voeding)

  • door Gastmama

Regelmatig stoot ik op opiniestukken van moeders die op de barricade gaan staan ‘tegen’ borstvoeding. Moeders die zich onbegrepen voelen omdat ze beslissen geen borstvoeding te geven. Moeders die zich beoordeeld voelen omdat ze genoodzaakt zijn of omdat ze ervoor kiezen om flesjes te geven of voor zes maanden te stoppen met borstvoeding. Vaak een roep om begrip en respect voor de eigen keuze. En terecht.

Iedere keer als er een zoveelste reclamefolder van een babyvoeding producent in de bus valt, denk ik bij het lezen aan die moeders. Hoe confronterend moet het wel niet zijn om altijd die verdomde verplichte mededeling te moeten lezen dat borstvoeding de meest aangewezen voeding is voor je kind tot zes maanden. Dan zit je daar mooi met je poedermelk die je om welke reden dan ook al eerder bent (moeten) beginnen te geven. Je zou je voor minder slecht voelen, aan jezelf beginnen te twijfelen en de nood voelen om je stem daar tegen te verheffen. Want er is helemaal niks mis mee!

Maar je raadt het al. Ik ben niet een van die moeders. Ik sta aan de andere kant. Maar ook ik begin me hoe langer hoe meer beoordeeld te voelen. Ook ik wil graag wat meer begrip en respect voor mijn eigen keuze. En ook ik voel steeds vaker de nood om iets te roepen. Bij deze.

Lactatiedeskundige naast mijn bed

Eind vorig jaar beviel ik twee maanden te vroeg van mijn zoontje. Alle ideeën en verwachtingen over mijn prille moederschap werden in een paar uur tijd met de grond gelijk gemaakt. Groot was mijn verbazing toen er de ochtend na mijn bevalling een lactatiedeskundige naast mijn bed stond. Of ik toch niet wilde proberen om borstvoeding te geven. “Kan dat dan nog?” vroeg ik wat verward. “Tuurlijk! Het zal niet gemakkelijk zijn, maar het kan. En het is belangrijk dat we daar zo snel mogelijk mee beginnen.”

Als ik nu terugdenk aan die eerste dagen, besef ik pas wat voor een absurd beeld dat moet geweest zijn. Twee vroedvrouwen die elk aan één kant mini-beetjes melk uit mijn borsten staan te persen. Om vervolgens de buit in een mini spuitje te schrapen en dat dan als een klompje goud zo snel mogelijk naar de neonatologie te brengen. Alle vormen van gêne vallen weg op dat moment. Maar voor mij was dit iets van het minste dat ik voor mijn zoontje kon doen. Ik voelde me op dat moment al schuldig genoeg dat hij door mijn toestand veel te vroeg uit zijn warme nestje was moeten komen. Dus ik deed ik wat ik moest doen.

Blijven kolven

Hoewel mijn lichaam nog een halve overlevingsstrijd aan het voeren was en ik eigenlijk alleen maar wilde slapen, zette ik mijn wekker om ’s nachts te kolven. En dat gedurende de vijf weken die hij nog in het ziekenhuis moest blijven. Gelukkig werden mijn inspanningen beloond en kolfde ik mooie hoeveelheden melk. Toen onze mini-man eindelijk van zijn sonde verlost was en mee naar huis mocht, kon hij eigenlijk nog totaal niet van mijn borst drinken. Ik probeerde met tepelhoedjes maar veel ging er niet binnen. Dan maar blijven kolven en flesjes geven.

Na een maand of twee begon dat allemaal wel wat te wringen. Als hij toch niet aan mijn borst wilde drinken, wat was dan in godsnaam nog het nut? Wilde ik dit nog langer blijven doen? In een laatste poging vroeg ik de lactatiedeskundige van de vroedvrouwenpraktijk om langs te komen. Mijn ventje bleek een borstweigeraar van de bovenste plank. Maar het is gelukt. Het tepelhoedje kon weg en mijn zoon dronk zowaar van mijn borst. Eindelijk kon ik kennismaken met dat intieme en unieke  moment dat alleen een moeder met haar kind kan delen. Dus ik deed nog maar een tijdje verder.

Zeven maanden borstvoeding

Ondertussen zijn we zeven maanden later. En jawel, ik geef nog altijd ‘de borst’. Ik ben terug aan het werk en kolf daar twee keer per dag. Een voordeel bij een nadeel: ik kan best wel goed kolven, heb nooit anders geweten en het stoort me dus ook niet. Kolven is voor mij bijna iets rustgevends.  ’s Avonds , ’s nachts en in het weekend eet mijn mannetje nog aan mijn borst en verder krijgt hij flesjes gekolfde melk.

Sinds een dikke maand geven we ook af en toe wat poedermelk bij als de voorraad borstmelk niet volstaat. Mijn torenhoge diepvriesvoorraad van in het begin is helemaal weggewerkt en in de crèche gaat er ook al weleens wat melk verloren, dus we moesten wel. Hoewel dit een stap was die me mentaal wat moeite kostte om te zetten, heeft me die poedermelk ook vrijheid gegeven. De stress van ‘genoeg melk’ is nu definitief weg. Als we ergens al eens een flesje te kort komen voor een extra hongertje, kunnen we dat opvangen. Geen probleem. Uiteraard kan mama zo ook al eens wat langer wegblijven zonder dat papa zenuwachtige whatsapp’jes moet beginnen sturen omdat de melk bijna op is.

Ik kan me best vinden in deze situatie. Goed, het moeten kolven komt niet altijd gelegen, maar dat is wat mij betreft dan ook het enige nadeel. Maar nu komt puntje bij paaltje. Waar ik in de eerste zes maanden vooral lof en bewondering oogstte voor het feit dat ik ondanks de niet zo ideale startsituatie toch in staat was geweest om borstvoeding te geven, merk ik nu post zes maanden dat daar niet veel meer van overblijft. Iedereen gaat er precies ineens van uit dat ik geen borstvoeding meer geef.

Huisarts en pediater gaan ervan uit dat je na zes maanden gestopt bent

Enkele weken geleden had ik last van een maagontsteking. Mijn huisarts schreef me pillen voor en het is maar nadat ik de eerste pil geslikt had dat ik me ineens afvroeg of ik die eigenlijk wel had mogen innemen. Niet dus. Ik belde naar de dokter met de mededeling dat ik nog borstvoeding geef. “Ah nee, dan mag je die inderdaad niet nemen.”

Vorige week was ons zoontje ziek. Na een paar dagen hevige koorts kreeg hij op de koop toe nog diarree ook. De kinderarts: “Stop voorlopig maar even met melk. Dat valt te zwaar op zijn maag.” Ik reageerde al lachend: “Ok! Dan kan ik nog eens wat diepvriesvoorraad opbouwen.” De reactie: “Oh , je geeft nog borstvoeding. Dat mag je blijven doen hoor. Die melk is lichter verteerbaar…”. Om maar te zeggen dat zelfs artsen er makkelijkheidshalve vanuit gaan dat je na zes maanden sowieso gestopt bent met borstvoeding. Ik begrijp dat dit in de meeste gevallen ook zo is, maar toch knaagt het wat. Zeker omdat het in deze twee gevallen echt geen overbodige luxe was om de vraag te stellen. (En nee, met mijn post-zwangerschaps-pudding-brein denk er ook niet altijd aan om het te vermelden.)

Bij hoeveel onderzoeken krijg je niet de vraag: “Bent u zwanger mevrouw? Of kan het zijn dat u zwanger bent?” Dat is dan ook meestal niet het geval. Maar als het wel zo is, heeft dat gevolgen. Dus de vraag wordt gesteld. Dat is in deze niet anders. Zeker als je bij dokters op consult gaat die weten dat je nog met een kleine baby in huis zit.

Minder begrip

Ook in mijn omgeving merk ik dat er ineens minder begrip is voor het feit dat ik nog borstvoeding geef. Ik heb soms het gevoel alsof ik mezelf moet beginnen te verantwoorden. Mijn gezelschap durft al eens wat ongeduldiger reageren als ik een plekje zoek om me af te zonderen om te kolven. Ik zie ze er in hun blikken het hunne van denken. Als het ter sprake komt, krijg ik ofwel als reactie direct te horen wanneer en waarom de moeder tegen wie ik het zeg zelf gestopt is met borstvoeding en wat voor een geweldige beslissing dat wel niet was, of ik krijg de vraag hoe lang ik dan nog denk door te gaan. Want zo’n kind van een jaar of ouder zogen is toch maar een vies beeld… .

Kijk, ik wéét niet hoe lang ik dit nog ga doen. Wat ik wel weet is dat ik me hier op dit moment nog goed bij voel en dat ik deze situatie op zich nog wel een tijdje kan volhouden als mijn borsten natuurlijk nog mee willen. Ik geniet van het gezichtje van mijn zoontje als hij klaarligt op het voedingskussen en weet wat er komt. Ook hij geniet, zoveel is duidelijk. Dus mag ik op mijn beurt ook begrip vragen voor mijn keuze om wel nog borstvoeding te geven na zes maanden? Ik doe niets tegennatuurlijks, integendeel.

Waarom zo’n debat?

Ik betreur het dat borstvoeding zo vaak in een voor- en tegen debat moet terecht komen. Het zou fantastisch zijn als elke moeder gewoon haar ding kon doen zonder dat dat in vraag gesteld wordt.  Zonder schuldgevoel over of je al dan niet kort, lang of nooit borstvoeding geeft of gegeven hebt.  Zonder een constante verantwoordingsdrang. Zodat elke moeder zich goed kan voelen bij haar keuze. Die baby’s van ons geraken wel gezond groot. Op welke manier je het ook doet. En daar draait het toch om, niet?