Boodschap aan mijn huilbaby

  • door Gastmama

26 december 2019. Daar stonden we dan, gepakt en gezakt, klaar om jou te ontmoeten. Achteraf gezien bleek dat er helemaal niemand klaar was voor jouw komst en jij nog het minst. Het feit dat de dokter jou letterlijk uit mijn lichaam heeft moeten sleuren had een eerste teken kunnen zijn van de weken, maanden die gingen volgen. Maar het risico voor mijn lichaam werd te groot. En de 'feestelijke' periode waarin je ter wereld moest komen limiteerde andere opties. Je moest eruit.

De eerste weken zaten we voorzichtig op de roze wolk. Ja het was moeilijk, plots 2 kinderen die aandacht vroegen. Jouw zus voldoende betrekken bij jouw aanwezigheid en noden zonder die van haar uit het oog te verliezen. Maar we waren met twee en je liet het je allemaal welgevallen.

Maar na een paar weken kwam de onrust. Het begon met 1-2 uurtjes 's avonds. De gekende huiluurtjes, dachten we. Baby's wenen nu eenmaal, toch? 1 à 2 uur werden er 3, 4, 5,... en het huilen werd krijsen. Onafgebroken. Ontroostbaar.

En dat is het gebleven, wekenlang. De roze wolk werd grijs. Leven werd overleven.

Ik hoop dat ik jou dit later kan laten lezen en dat we samen zullen lachen met hoe moeilijk je het ons die eerste maanden hebt gemaakt. Maar in deze periode zelf viel er weinig te lachen. Het was doorzetten. Aftellen naar de dag wanneer het ging stoppen. Alleen wisten we niet welke dag dit zou zijn en hoe lang we nog moesten tellen.

Urenlang heb ik jou in mijn armen gehouden. Wiegend, sussend. Jou zoveel mogelijk van mijn liefde en warmte gegeven, want dat was het enige dat ik vaak nog te bieden had. Maar het was zwaar. Fysiek, maar vooral mentaal. De ongerustheid, het zoeken naar oplossingen, het slaapgebrek, het schuldgevoel.

Er zijn momenten geweest dat mijn geduld en warmte even op waren, lieve meid. Dat ik je heb neergelegd, de deur heb gesloten en heb laten krijsen. Dat ik tegen je heb geroepen uit pure frustratie en onmacht. Dat ik met je mee heb geweend omdat ik jou zó graag wou helpen, maar ik wist niet hoe. Maar ook schuldgevoel om de aandacht die ik jouw zus heb moeten ontzeggen. En hoe mijn hart verder brak wanneer ze de woorden 'mama ik mis je' uitsprak.

Nu ik terugkijk op de periode, herinner ik me vooral de radeloosheid. En de woorden van de pediater die ik aanvankelijk weglachte: 'Als het te veel wordt, mag je haar altijd een paar nachten binnenbrengen op pediatrie hoor mevrouw'. Deze woorden werden met de dag verleidelijker. Niet enkel voor de rust die ze beloofden, maar de idee dat er iemand anders naar mijn kind zou kijken en als bij wonder zou snappen wat er aan de hand was en ons de magische oplossing zou kunnen aanreiken.

Ik herinner me ook de vele goedbedoelde adviezen van anderen. Mogelijke oorzaken en oplossingen die me aangereikt werden. En hoe gefrustreerd ik hier met momenten van raakte. Want beseften zij niet dat ik daar zelf ook wel al aan gedacht had? Dat ik mijn eigen kind ondertussen wel kende en ondertussen al had geleerd wat hielp en wat niet? Urenlang heb ik scrollend doorgebracht in de nachtelijke uren, zoekend naar antwoorden, met jou in mijn armen. Ik durfde je niet loslaten. Doodsbang de strijd van wenen en troosten opnieuw te moeten aangaan.

Ik ben dankbaar dat ik al 3 jaar had mogen oefenen in het mama-zijn met je zus. I knew the basics en ik was blij dat ik kon terugvallen op ervaring. Het gaf me ook de zekerheid en het zelfvertrouwen om voor je op te komen. Maar bovenal was ik al getraind in zelfzorg. Ik kende mijn grenzen en ik had reeds geleerd hulp te aanvaarden, zonder me hierdoor een slechte moeder te voelen. Integendeel, de uren waarin ik even afstand van jou kon nemen om tot rust te komen of kon doorbrengen met je zus waren nodig om jou opnieuw vol goede moed in mijn armen te kunnen sluiten.

Ik kan niet zeggen op welke dag het plots beter ging. Het was een geleidelijk proces met ups and downs. Zoeken, proberen, evalueren en doorzetten. Hoop opbouwen en opnieuw zien afbrokkelen. Pediaters, specialisten, osteopaten. You name it, we saw them. De magische oplossing hebben we nooit gekregen. Wel inzichten en het gevoel dat we 'iets' deden.

We leerden elkaar in deze periode kennen en herkennen. Ik ontdekte stap voor stap jouw handleiding, want die was er wel, gelukkig. Ze was alleen geschreven in een taal die ik nog niet meester was. En jij gaf me de nodige tekenen van (h)erkenning. Jouw lach wanneer je me zag, het kalmerend effect van mijn omhelzing en geur, de respons op het geluid van mijn stem. Kleine signalen die me het gevoel gaven dat ik genoeg was.

Ik wou dat ik kon zeggen dat je op een wonderlijke nacht geëvolueerd bent in een droombaby. Maar helaas, je hebt nog steeds die verdomde handleiding. Je hebt nog steeds behoefte aan rust en regelmaat. Overprikkeling luurt altijd om de hoek. Je hebt nog steeds een veilige omhelzing nodig om in te slapen en jou slapend in je bedje leggen blijft een uitdaging. Je zus moet haar enthousiasme in jouw buurt temperen om je niet overstuur te maken. Een hele uitdaging voor een driejarige die volop de wereld aan het ontdekken is. Maar ondertussen spreken we wel dezelfde taal. En het krijsen is gestopt. Meer nog, je lacht constant. De zon schijnt weer.

26 december 2019. Wat als. Wat als we jouw tempo hadden gevolgd in plaats van onze agenda's. Had het iets uitgemaakt? Was het trauma voor jou minder groot geweest? Jouw hechtingsdrang wat kleiner? Ons leven wat makkelijker? We zullen het nooit weten.

Maar ondanks dit alles zou ik het zo opnieuw doen. Voor jou. Altijd voor jou.

Crazy shit, dit moederschap.