De 7 geboden bij het starten met vaste voeding

  • door Mamabaas

Overschakelen op vaste voeding - het lijkt simpeler dan het is. Als beginnende ouder word je dan ook overstelpt met heel veel informatie en tips, de ene al wat bruikbaarder dan de andere. Wij zetten de zeven geboden van starten met vaste voeding op een rij!

1. Gevarieerd menu

Een gevarieerd menu is de sleutel tot succes, dat geldt zowel voor je kind als voor jezelf. Je kunt gerust een aantal keer hetzelfde aanbieden, maar probeer je kindje zo veel mogelijk verschillende smaken (en bij baby-led weaning texturen) aan te bieden. Er is zo veel te ontdekken! Probeer voeding die je zelf niet graag lust niet uit het aanbod van je kindje te schrappen. Variëren kun je ook met snij- en bereidingswijze en combinaties.

2. Allergenen

Vermijd géén allergenen. Ook niet als jij of je partner zelf allergisch zijn. We weten dat het een beangstigend idee is dat je kindje een allergische reactie zou kunnen krijgen op een bepaald voedingsmiddel, maar onderzoek wijst uit dat het juist belangrijk is om allergenen vroeg te introduceren. Denk hierbij aan pinda’s en andere noten, ei, bepaalde fruitsoorten en gluten (vind je terug in bijvoorbeeld brood).

Honing

3. Zout

Vermijd zout zo lang mogelijk. Probeer de zoutinname bij baby’s zo veel mogelijk te beperken. Zout is namelijk belastend voor de nieren en belemmert het ontdekken van de pure smaken van eten. Bovendien is een hoge zoutinname (bij volwassenen) geassocieerd met een verhoogde bloeddruk en hart- en vaatziekten. Je kunt daarom best zo vroeg mogelijk goede ‘zoutgewoonten’ aannemen. Voor een kind dat tussen zes maanden en één jaar oud is, is 1 gram zout per dag het absolute maximum en dat is eigenlijk bijna niets. Tussen één en drie jaar bedraagt de maximumhoeveelheid 1,25 gram. Voeg aan een papje nooit zout toe en als je kindje van de pot mee-eet, bereid dan altijd je eten zonder zout. Voor jezelf kun je later zout toevoegen als je dat nodig vindt. Doe nooit zout in het kookwater van pasta, rijst, aardappelen enz. Bij de bereiding van soep kun je kiezen voor zoutarme (of huisgemaakte) bouillon.

4. Honing

Honing is uit den boze onder de leeftijd van één jaar. Dit komt omdat honing bacteriën kan bevatten die infantiel botulisme kunnen veroorzaken. De darmflora van baby’s is, in tegenstelling tot die van volwassenen, nog onvoldoende rijp om zich tegen die bacteriën af te weren waardoor gifstoffen in het lichaam terecht kunnen komen. In sommige kant-en-klare babyvoeding vind je honing weleens terug in de ingrediënten. Deze is in dat geval altijd industrieel verhit waardoor er geen risico meer is op infantiel botulisme. Die producten kun je dus wel in alle veiligheid aanbieden (al zijn ze vaak niet zo gezond). Oma’s advies van wat honing op de tut bij een ontroostbare huilbui mag je dus voor eeuwig uit je geheugen wissen!

5. Pletbaarheid

Bij stukjes voeding moet in het begin alles pletbaar zijn tussen duim en wijsvinger, écht harde dingen zoals noten of rauwe wortel zijn not done wegens mogelijke verstikking.

Eten

6. Restgroep

Een aantal voedingsmiddelen heeft een bewezen ongunstig effect op de gezondheid (al dan niet bij consumptie in grote hoeveelheden) of zijn simpelweg niet nodig in onze dagelijkse voeding. Deze voedingsmiddelen vind je bewust niet terug ín de voedingsdriehoek, wel erbuiten. Je probeert ze dus best zo weinig mogelijk aan te bieden of zelfs te vermijden op het menu van je kindje. (En idealiter ook het menu van jezelf, maar zondigen mag ook eens hé.) Concreet gaat het over de volgende zaken: bewerkte vleeswaren (bijvoorbeeld salami, kipnuggets, gerookt vlees, gehakt en worst), alcoholische dranken, suikerrijke dranken zoals frisdrank, vette en suikerrijke snacks (bijvoorbeeld snoep, choco en chips).

7. Arseen

Arseen behoort tot de ‘zware metalen’ die via onze voeding in ons lichaam terecht kunnen komen. Je vindt arseen voornamelijk in rijstproducten. Op zich kan ons lichaam dit prima verwerken, maar zoals bij wel meer dingen is te veel niet goed. Een te hoge inname van arseen heeft namelijk negatieve gevolgen voor onze gezondheid, met name op de ontwikkeling van kanker. Gelukkig is de maximale hoeveelheid arseen in voedingsproducten wettelijk vastgelegd. Voor volwassenen is dit dus niet zo’n probleem, maar kinderen lopen een groter risico op een te hoge arseeninname. Door hun lage lichaamsgewicht en snelle groei is het moeilijk om de arseenlevels nauwkeurig te bepalen. Om die reden beperk je best de hoeveelheid rijstproducten op het menu van je baby.

De Hoge Gezondheidsraad raadt aan om uit voorzorg:

  • niet regelmatig rijstkoeken als snack te geven;
  • rijst te koken in een grote hoeveelheid water (zes keer zoveel water als rijst);
  • het kookwater steeds weg te gieten; 
  • geen rijstdrank als melkvervanger te gebruiken.
Van melk naar meer

Meer lezen?

Je kindje vaste voeding leren eten, is een hele uitdaging. Dit gaat vaak gepaard met veel vragen. Wanneer begin ik met vaste voeding? Kiezen we voor papjes of stukjes? Wat is de zogenaamde 'Rapley-methode'? Hoe gaat de crèche om met vaste voeding?

In Van melk naar meer vind je een antwoord op al je grote en kleine vragen over vaste voeding in het eerste levensjaar. Dit boek is bedoeld om je vol zelfvertrouwen je eigen keuzes te helpen maken.