Dossier Verwachten en verliezen – deel 10: Adoptie

Wanneer je ‘vol verwachting’ naar de boekhandel stapt om een boek over zwangerschap te kopen heb je de keuze uit een hele reeks titels. Enkele voorbeelden: ‘Mama worden’, ‘Zo krijg je een blije baby’, ‘Een praktische lifestylegids voor je eerste jaar als mama’, ‘Het nieuwe borstvoedingsboek’, ‘Het grote wonder’, ‘Geboorte vol vertrouwen’, Help ik word (super)papa’, ‘Op weg naar een bekrachtigende bevalling’, ‘Sterker zwanger’, ‘Bevallen op eigen kracht’, ‘Veilig zwanger’, … Titels die je laten dromen over een toekomst vol vervulling. Niets in al die titels doet vermoeden dat papa en mama worden niet voor iedereen zo’n rimpelloos traject kan worden.

Verwachten kan ook omslaan in verliezen. En wanneer je dan ook nog in stilte moet rouwen wordt het eenzaam verdriet dat niemand ziet. Iedere samenleving heeft regels om met verlies en verdriet om te gaan. In arbeidssituaties krijgt een personeelslid bijvoorbeeld vijf dagen werkverlet bij het overlijden van de partner of van een kind, drie dagen bij het sterven van vader of moeder, schoonouder, broer of zus. Dit soort regels bepaalt wie een wettig recht krijgt om te rouwen. Omtrent geboorte en ouderschap zijn er vele vormen van verlies waarvoor de samenleving geen normen, geen gebruiken en zelfs geen woorden heeft. Het gaat om ‘niet-erkende rouw’, om verliezen die door de samenleving en soms ook door de rouwenden niet als dusdanig worden herkend en erkend.

In deze bijdrage willen we even dieper inzoomen op tien verlieservaringen die met zwangerschap kunnen worden geassocieerd: kinderloos blijven, fertiliteitsbehandelingen, donorinseminatie, draagmoederschap, verlies van een prille zwangerschap, zwangerschapsafbreking om medische redenen, abortus, premature geboorte, adoptie, perinatale sterfte. Bij elk van deze ervaringen kan je rouwen. Vaak wordt dit niet eens opgemerkt door de directe omgeving.

Deel 10: Adoptie

De laatste vorm van verlies is je kind afstaan bij de geboorte. Een kind afstaan voor adoptie is geen beslissing die licht wordt genomen. Het is een proces van maanden wikken en wegen, nadenken en twijfelen, heen en weer slingeren tussen gevoel en verstand. Wat de redenen ook mogen zijn om je kind af te staan, ouders denken dat andere ouders hun kind meer kunnen bieden dan zij. Afstand doen kan dus een manier zijn om te zorgen voor je kind en er verantwoordelijkheid voor te nemen – maar het botst met je oudergevoel en je omgeving kan fel reageren.

Ook al heb je getekend voor afstand, na rijp beraad, toch kun je later het gevoel hebben dat het meer ‘verraad’ was dan ‘beraad’. Zelfs als je je er helemaal mee kunt verzoenen – omdat je op dat moment geen andere manieren had om je kind een leven en een toekomst te geven – toch wil je misschien ooit je kind terugzien: de persoon die je zo onrechtvaardig moest afstaan met een toen bedachtzaam bedoelde handtekening waar je later anders naar bent gaan kijken. Het besef dat je kind ergens rondloopt is een ander rouwproces dan na een sterven.  Onzichtbaar zijn voor je kind, schaduwouders.

Ook adoptiekinderen rouwen voor hun geboorteouders – mensen die een deel van hun leven zijn en die ze nooit hebben gekend. Je kunt zowel van je biologische ouders als van je adoptie-ouders houden. Ook als ze niet meer allemaal leven kun je nog van hen houden. Eens je weet dat je geadopteerd bent ontstaat er vaak een inwendige dialoog met de gefantaseerde ouder, zoals een rouwende praat met een overleden persoon. Je bent bezig met hoe ze eruitzien, wie ze zijn en wat hun motieven waren voor de afstand. Je vraagt je af: was ik niet de moeite waard om bij hen te blijven? Van wie heb ik mijn talenten? Op wie lijk ik? Leven mijn ouders nog? Zijn ze arm? Heb ik nog broers en zussen? Adoptieouders weten ondertussen wellicht dat ze die zoektocht niet mogen tegenhouden. Het is beter om uitdrukkelijk te vragen naar de inwendige gedachten van hun adoptiekinderen dan in stilte te hopen dat ze er niet aan denken. Brengt het zoeken van hun kind rust en vrede? Je biologische ouders vinden bepaalt je geluk niet, maar duidelijke informatie soms wel. Gaat het om geluk of om kunnen leven?

Rouw bij adoptie is anders dan rouw na een overlijden. Het gaat niet alleen om verlies in het verleden. Je kunt elkaar misschien nog terugzien, als je wil. Bij adoptie loopt de tijd in twee richtingen: terug tot het moment van biologische eenheid en vooruit naar het moment van de ingebeelde ontmoeting. De relatie tussen een kind en biologische ouders is een relatie die soms alleen in gedachten bestaat. Adoptiefamilies zijn meer georiënteerd naar de toekomst en rouwende families meer naar het verleden.

Adequate begeleiding betekent zuurstof geven in drie richtingen: aan de afstand-ouders, aan de adoptieouders en later aan het adoptiekind. Als één van de drie wordt buitengesloten, heeft het kind geen been om op te staan. Zoals alle groepen die we beschrijven zijn adoptiekinderen geen homogene groep, hun noden kunnen heel verschillend zijn. En ook hier houd ik een pleidooi om grootouders te zien staan in het gebeuren van adoptie

Helpen is

Helpen is vooral erkenning geven aan verlies dat persoonlijk of maatschappelijk niet wordt erkend en het als rouw benoemen. Jezelf de kans geven het verlies te voelen en erover te rouwen brengt meer bevrijding dan het permanent opkroppen en wegduwen. De kring van stilte moet worden doorbroken. Door de niet-erkenning dreigt het verdriet onder de oppervlakte te blijven voortwoekeren. Dat resulteert in wat soms pathologische rouw wordt genoemd, ook al is dit geen pathologie van het individu maar het resultaat van ontkenning door een brede samenleving. Door je verdriet op te kroppen van je verdriet en door het gemis aan opvang en steun, kan het verdriet alle domeinen van je leven aantasten. Rouw is altijd een subjectieve ervaring. Te gemakkelijk wordt het verdriet van een ander geminimaliseerd, door ofwel het verlies niet als betekenisvol te erkennen of door de omstandigheden waarin het is ontstaan af te keuren. Persoonlijke opvattingen, oordelen of vooroordelen je kunnen remmen om mensen in verdriet persoonlijke zorg te geven. Laat oordelen over aan rechters en magistraten. Effectief helpen in verdriet vraagt dat je verschillen in visie accepteert, dat je onbevooroordeeld luistert en een klimaat van oprechte aanvaarding creëert.

Literatuur

Bateman-Cass C. The loss within loss: Understanding the psychological implications of assisted reproductive technologies for the treatment of infertility. Dissertation Abstracts International 2000: 61; 1624B. (UMI no. 9965385)

Glazer ES. Miscarriage and its aftermath. In Lieblum SR (Ed.). Infertility: Psychological issues and counseling strategies. New York: Wiley; 1997, 230-245.

Greenfeld DA, Haseltine F. Candidate selection and psychosocial considerations of in-vitro fertilization procedures. Clinical Obstetrics and Gynecology 1986: 29; 119-126.

Hurwitz N. The psychological effects of in vitro fertilization. Pre- & Peri-Natal Psychology Journal 1989: 4; 43-50.

Keirse M. Eerste opvang bij perinatale sterfte. Gedragingen en attitudes van ouders en hulpverleners. Leuven: Acco; 1990 (2de druk).

Keirse M. Therapeutische verbetenheid en patiëntenrechten. Tijdschrift voor Geneeskunde 2006: 62; 877-887.

Keirse M. Omgaan met een ongeneeslijke ziekte. Lessen uit de praktijk. Tijdschrift voor Geneeskunde 2006: 62; 1370-1379.

Keirse M. Helpen bij verlies en verdriet. Een gids voor het gezin en de hulpverlener. Tielt: Lannoo; 2017.

Keirse M. Patiëntenzorg en -begeleiding. Leuven:Voorburg: Acco; 2005.

Kluger-Bell K. Unspeakable losses. Understanding the experience of pregnancy loss, miscarriage and abortion. New York: WW Norton; 1998.

Spitz B, Keirse M, Vandermeulen A. Als je een prille zwangerschap verliest. Tielt: Lannoo; 2010.