Driftbuien bij jonge kinderen: praktische tips

Elke mama kent ze wel, die woedebuien bij onze kleine lieverds … Onze vierjarige kleuter kan er met momenten wat van.  “Ik wil mangoooo!!”….”Neehee, niet in stukjes!”,  aangevuld met het  nodige dramagehalte en een rood aangelopen gezichtje. En dan is er nog onze tweejarige peuter, wiens peuterpuberteit ook gepaard gaat met de nodige driftbuien.

Die woedebuien. Horen ze bij de emotionele ontwikkeling van onze opgroeiende kinderen? Ja. Moeten we ze er daarom maar gewoon laten zijn en onze kinderen laten kolken in hun opgezweepte emoties? Nee. Als ouder is het onze taak om als een gids, als een coach te zijn in het (co-)reguleren van de emoties van onze kinderen. Wij, volwassenen, hebben (misschien stiekem) nood aan de steun van de stewardess op het moment dat het vliegtuig toch wel heel wild wordt omwille van turbulentie; zo hebben onze kinderen ook de steun van hun ouders nodig op het moment dat hun emoties turbulentie veroorzaken in hun jonge lijfje.

Vanuit mijn rollen als kinderpsychologe én mama van een peuter en een kleuter geef ik je graag enkele waardevolle inzichten en praktische tips mee die iedere ouder zinvol kan inzetten voor onze (b)engeltjes. Ik doe dit graag op basis van een kort filmpje van een échte kleuter in een échte gezinssituatie (zie onderaan het artikel). Meteen toegepast op de praktijk dus!

1. Blijf zelf rustig als ouder

Makkelijker gezegd dan gedaan, I know. Als kinderpsychologe geef ik deze tip steeds mee aan ouders, maar als mama moet ik toegeven dat mij dit ook niet altijd lukt. Toch probeer ik er wel op te letten want als ouder staan we 24u model voor onze kinderen, al van jongsaf aan spiegelen kinderen zich aan het gedrag van hun ouders, hun rolmodellen. We moeten dus zelf gedrag vertonen dat wij van hen verwachten: kalm blijven dus.

Time-out is er niet enkel voor onze kleintjes, ook voor ons als ouders kan dit helpend zijn (en het is helemaal ok om toe te laten). Een ouderlijke time-out kan betekenen dat je zelf even rustig diep in-en uitademt of zelfs letterlijk even uit de explosieve ruimte gaat. Hierbij is het belangrijk om niet te ver weg te gaan van jouw ontplofte mini-me, want door nabij te blijven geef je aan dat je hem/haar onvoorwaardelijk graag blijft zien. Ook in de ontplofte versie. Door te benoemen naar je kind dat je het zelf als mama of papa ook even lastig hebt en heel eventjes tijd nodig hebt, geef je zo het voorbeeld aan je kind dat emoties er mogen zijn en ben je zo ook weer een spiegel voor jouw kind om te leren om rustig te worden.

Op het moment dat een kind aan het razen is dan moet je het ook even laten razen. Het reptielenbrein is op dat moment actief, het deel van ons brein dat voor weinig rede vatbaar is. Kinderen doen niet expres lastig, kinderen hebben niet de bedoeling  om ons het leven zuur te maken; een woedebui is het gevolg van een overbelast kinderbrein. Woede is gedrag, een uiting van een onderliggende emotie of behoefte die het kind nog niet zelf kan benoemen omwille van zijn/haar jonge leeftijd. Pas wanneer jullie beiden rustig zijn kan de woedesituatie constructief aangepakt worden.

Wanneer de lava van jouw kleine vulkaantje nog niet (te veel) aan het stijgen is, kan je wel op ooghoogte zitten, spreken met een rustige stem en (o zo belangrijk) de emotie van jouw kind benoemen en begrijpen. Wat voor ons als ouder onnozel kan lijken, kan voor ons kind echt serieus zijn. Emoties mogen (en moeten) er zijn. Het is belangrijk dat kinderen zich erkend voelen in hun emotie en zich begrepen voelen door de personen die voor hen belangrijk zijn (zo mag de kleuter in het filmpje zich boos voelen omdat hij op dat moment geen mango mag eten, hij mag dit jammer vinden en hier boos voor zijn).

Erkenning geven voor de emotie van kinderen is niet hetzelfde als toegeven; als ouder bepaal jij de regels en grenzen. Kinderen mogen het hier niet mee eens zijn (en je mag ook zeggen als ouder dat je dat begrijpt); kinderen hebben echter nood aan duidelijkheid en voorspelbaarheid en hier horen duidelijke grenzen gewoon bij. Kalm blijven als ouder betekent dus ook je niet laten overspoelen door jouw eigen emotie en bezwijken om toe te geven, maar wel om consequent de regel/afspraak vol te houden (hetgeen je ook ziet in het filmpje – de kleuter blijft roepen om de mango, papa blijf rustig maar geeft niet toe).

Toegeven kan helpen op korte termijn (oef, woedebui vermeden of opgelost), op lange termijn geeft dit onvoorspelbaarheid en meer kans op woedebui. Als ouder bepaal je het wát maar kan je je kind wel (deels) inspraak geven in het hoe, wanneer, waar … (Zoals in het filmpje: we gaan nu druiven eten. Wil je er 2 of 3?)

2. Verplaats je in je kind (en zijn/haar onvoltooide hersenen) en stem je gedrag erop af

“Waar bevind ik mij in mijn ontwikkeling en wat zijn de typische uitdagen waar ik in mijn ontwikkelingsfase mee geconfronteerd wordt?” Geen evidente vragen maar wel heel belangrijk om hier als ouder van jonge kinderen bij stil te staan. Even door de ogen van jouw kind kijken, even denken als jouw peuter of kleuter.

Het kan helpend zijn om te beseffen dat die tomatenvlekken op die pasgewassen trui er niet expres op gesmeerd zijn maar wel horen bij het typische ‘ikke doen’ (mooier uitgedrukt:  ‘drang naar autonomie’) dat nu eenmaal hoort bij een ‘normale’ peuter. Je hierin opjagen heeft geen zin, jouw peuter een kliederschort aandoen wel. ‘Ikke doen’ is nodig voor de ontwikkeling. Op de ontwikkelingsleeftijd van een kleuter (let op: chronologische leeftijd is niet steeds gelijk aan de ontwikkelingsleeftijd) mogen we al meer verwachten en mogen we bijvoorbeeld ook verwachten dat ze keuzes kunnen maken. (filmpje: kleuter van 4 jaar weet al dat hij als persoon eigen keuzes kan maken en wil dit ook doen).

“Nee!” (al dan niet gevolgd door een woedebui) is een typische uitlating voor peuters, maar komt ook nog vaak voor bij kleuters. Tip: wees de ‘nee’ van je kind voor, door op voorhand keuzes te geven (als ouder bepaal jij het ‘wat’). Voor een peuter zijn 2 keuzemogelijkheden aangewezen, voor een kleuter kunnen er dit 3 zijn. (filmpje: dus beter niet vragen ‘wil je kiwi?’ -> ‘nee, ik wil mango!’ -> strijd. Om strijd te voorkomen zou het kunnen helpen om op voorhand 2 tot 3 keuzes te geven binnen het fruit dat jij als ouder bepaalt). Als kinderen zelf kunnen kiezen hebben ze het gevoel controle te hebben over de situatie, wat de kans vergroot dat ze het (door jouw) gewenste gedrag gaan stellen Omdat kleine kinderen nog visueler ingesteld zijn dan oudere kinderen kan het helpen om voor kleinere kinderen de aangeboden keuzes visueel te maken (bv filmpje: fruit waartussen gekozen kan worden op tafel leggen, 2-max 3 stukken) in plaats van enkel de keuzes verbaal op te noemen. Als kinderen zelf kunnen kiezen hebben ze het gevoel controle te hebben over de situatie, wat de kans vergroot dat ze het (door jouw) gewenste gedrag gaan stellen. Yes, doel bereikt!

Als de keuze van het kind binnenkort wel waargemaakt kan worden dan kan je hier al ouder al perspectief over geven: Nu  kan het niet maar wanneer kan het eventueel wél? (filmpje: nu eten we geen mango, morgen kan dit wel. (houd je hier de volgende dag dan ook aan om een betrouwbaar model te zijn en toekomstige escalaties te vermijden)

Blijf niet in de discussie hangen, als ouder zijn we gids in de emotie van ons kind en is het onze taak om hen hierin bij te sturen. Erkenning voor het gevoel is belangrijk, we geven keuzes in wat wél kan (en eventueel wanneer) en staan model voor het opnieuw brengen van rust. Kleine kinderen kunnen hun emoties nog moeilijk zelf regelen en stoppen, het kan daarom helpend zijn om als ouders voor afleiding te zorgen op het moment dat de woede wat bekoeld is. (Bv fimpje: praten over wat we straks gaan doen.)

Als dat lieve ontplofte mini-mensje weer rustig is, is het belangrijk om ook het positieve te benadrukken, aanmoedigen wat wél goed ging werkt beter dan bestraffen van wat er niet goed gaat. ‘ik vind het fijn dat je nu rustig op je stoel zit en je fruitje opeet’. Na een woedebui is het belangrijk om ook weer verbinding te maken met je kind, om je kind die onvoorwaardelijke ouderliefde opnieuw te laten ervaren. Bv dor een knuffel geven te of ernaast gaan zitten. Kinderen bestraffen voor een woedebui is geen goed idee omdat kind zo leert dat hij/zij zijn emoties niet mag uiten.

3. Zoek de onderliggende emotie of behoefte achter de boosheid

Hello Sherlock! Zet als ouder jouw detective bril op, probeer te zoeken naar de onderliggende emotie/behoefte achter deze boosheid.

In mijn praktijk geef ik steeds de boodschap aan ouders dat zij hun kind het beste kennen en dus ook het best (ja, soms zelfs beter dan de psycholoog) kunnen onderzoeken waarom hun kind nu zo’n woedebui krijgt.

Observeer je kind en denk hierbij na (of schrijf op) wanneer hij/zij typisch woedebuien krijgt. Zo kan je zicht krijgen op onderliggende behoeften en emoties, die van jouw engel een bengel kunnen maken. Het ontdekken van deze onderliggende triggers kan jou helpen als ouder om correcter in te spelen op je kind op het moment van de woedebui. Maar evengoed om je zelf er minder in op te draaien (zo weet ik dat Klaasje Vaak onze jongste kan opstoken om streken uit te halen) en in de toekomst ook rekening te houden met deze triggers om de woedebui al (deels) te voorkomen (ik weet dat ik onze 2-jarige op tijd in bed moet leggen of we hebben het ‘vlaggen’).

De kleuter in dit filmpje is gevoelig aan honger en dorst (basisbehoefte) en wordt er snel driftig van. Dit geldt voor veel kinderen maar het ene kind is gevoeliger voor bepaalde onderliggende triggers dan het andere kind.  Aan papa en mama Sherlock om te ontdekken hoe dit zit bij jouw kleine schat en hem/haar hierin te leren kennen. Als je zicht hebt op deze triggers kan je deze ook verwoorden naar jouw kind zodat jouw kindje ook bijleert over zichzelf; door het te verwoorden voor jouw kind kan het leren om zijn/haar onderliggend gevoel of onderliggende behoefte te benoemen en op termijn (mits veel herhaling hiervan uiteraard) te koppelen aan het lastige gedrag. Zo kan je je kind ook leren om zichzelf te sturen als het ouder wordt (hmm, ik voel me wat lastig, ik weet van mezelf dat ik lastig ben als ik honger heb; zou het vandaar kunnen komen en zou het miss helpen als ik even iets eet?).

Je kind op een fijne manier leren kennen kan ook door iedere dag even 1-op-1 aandacht te geven aan jouw kind door samen even te spelen (zo’n 10 minuten-kwartier per dag per kind). Samen spelen zorgt niet alleen voor het beter leren kennen van jouw kind maar ook voor het verbeteren van jullie band, waardoor kans op woedebuien om negatieve aandacht te vragen (hetgeen ook een aanleiding voor woedebuien kan zijn) al afneemt.

Tot slot: Bekijk het positief! Maak gebruik van de woedebui om je kind te leren om emoties te leren reguleren en hier taal aan te geven.

It takes a village to raise a child. En dat is helemaal ok.

 

Liesbeth, kinderpsychologe en coördinator Praktijk Mobiel.

Wil je alles weten over opvoeden en rust in jouw gezin? Neem hier dan een kijkje.