Gevoelige baasjes

Hoogsensitiviteit. Sommige mensen vinden het een modewoord, een zoveelste onzinnig label. Belachelijk, een zogenaamd gevoelig zenuwstelsel, die ‘flauwe kinderen’ zijn gewoon het resultaat van al dat gepamper in de opvoeding.

Denk ík dat het echt bestaat, zo van die mensen die de wereld en hun gevoelens intenser beleven dan een ander?

Hell yes!

En wie hoogsensitiviteit maar onzin vindt, mag hier een kind naar keuze komen lenen, zolang hij er vriendelijk tegen blijft toch.

Gevoelige baasjes zijn het hier dus, alle vier (mijn man ook, ja), en ik moet zelf niet onderdoen.

Ik kan me nog levendig herinneren dat ik met ongeloof keek naar een vierjarig klasgenootje van Robin, dat zich overduidelijk zelf had aangekleed. Hij had zijn broek achterstevoren aan, een broekspijp zat half in zijn sok, zijn hoodie zat helemaal scheef en het zou me niet verbazen als de mouwen van zijn longsleeve, oh de horror, opgestroopt onder zijn trui zaten.

Ik stond echt versteld.

Niet omdat geen van zijn ouders had opgemerkt dat hij zijn jeans achterstevoren aan had, al vond ik dat wel een beetje vreemd.

Niet omdat hij zich zelfstandig kon aankleden, terwijl Robin dat helemaal nog niet kon.

Wel omdat hij zo onbezorgd zat te spelen terwijl zijn kleren niet bepaald goed zaten. Want dat was met mijn kinderen gewoon ondenkbaar. Vooral Robin heeft heel lang veel problemen gehad met hoe zijn kleren zaten.

In die tijd was het een hele klus om een broek te vinden die Robin lekker genoeg vond zitten. Jeans was sowieso uit den boze, want dan zei hij steevast: ‘ik zit vast!’, stretch of niet.

We moesten ook elke ochtend extra tijd uittrekken om zijn sokken aan te doen, want het duurde eeuwen voor die goed genoeg zaten.

En ook al gaat het intussen een stuk beter, toch is vooral het zoeken van een jas voor Robin geen sinecure. Want van veel stoffen krijgt hij koude rillingen en kippenvel. En nieuwe schoenen zitten ook nooit lekker.

Leon en Victor zijn iets gemakkelijker qua kleren, maar er zijn genoeg dingen waarvoor je gevoelig kunt zijn, zo blijkt. De textuur van eten bijvoorbeeld. Het buitenlicht op een zonnige dag (en een zonnebril zit natuurlijk niet lekker). Plakkerige handjes. Het lawaai van het verkeer op een drukke steenweg, of van een huilend broertje.

Ze zijn ook emotioneel gevoelig. Je hebt kinderen die hun schouders ophalen als de juf boos wordt, en je hebt er die met tranen in hun ogen thuis vertellen dat de juf boos is geworden op een klasgenootje, terwijl dat klasgenootje dat zelf niet eens erg vond. Zo zijn de mijne dus.

Nu ja, ze hebben het dus van geen vreemden. Het zou deze blogpost onnoemelijk veel te lang maken als ik uit de doeken zou doen op welke manieren die hoogsensitiviteit zich bij Marcel en mij allemaal uit, maar ik wou jullie deze uitspraak van Victor niet onthouden, die hij onlangs deed toen we het over hoogsensitiviteit hadden:

‘Papa is zeker hoogsensitief, want als ik per ongeluk tegen zijn ballen kom, dan krijst hij heel hard.’

Nee, jongen, dan kreunt hij heel hard, of hij vloekt, dat kan ook.

En ik denk dat alle mannen ongeveer zo zouden reageren, dus een echt kenmerk van hoogsensitiviteit is het wellicht niet. Maar een mooie afsluiter van deze blogpost zeker wel :-).

 

Verscheen eerder op Moederaandehaard.