Help, mijn baby steekt alles in zijn mond

Dat baby’s de wereld ontdekken met hun mond is algemeen geweten. Door voorwerpen te verkennen met hun mond ontdekken ze de wereld. Compleet normaal is dit, hoor je en lees je overal. Dit compleet normaal gebeuren bezorgt ons echter meerdere paniekaanvallen wanneer we voor de zoveelste keer iets uit de mond mogen vissen van onze baby. Dat de mens dit nog steeds niet heeft afgeleerd na duizenden jaren evolutie begrijp ik echt niet.

Oké, in het begin is het nog schattig. Ze sabbelen op hun handjes en likken vrolijk aan die kleurrijke rammelaar of bijtring die je voorzien had. Zodra je baby begint te kruipen wordt heel het huis echter een gevarenzone. Een nietje uit een cadeauverpakking, speelgoed van de oudere broertjes, een magneet die gevallen is … Overal loert het gevaar tijdens de ik-stop-alles-in-mijn-mond-fase. Dagelijks stofzuigen is een noodzaak. En deze fase is er niet eentje van enkele dagen of weken, ze duurt makkelijk een dik jaar. Bij elk van onze drie kinderen vond ik dit erg vermoeiend, zeker omdat verstikking bij baby’s en peuters toch een reëel gevaar is.

Mijn middelste zoon was kampioen in alles in zijn mond stoppen (behalve eten).  Zo at hij als baby eens een levende spin op. Het ene moment liep er een spin voor zijn neus en terwijl ik grabbelde naar een zakdoekje om deze spin te verwijderen stopte hij die gewoon in zijn mond. Ik kon er enkel nog één poot uit vissen. De rest van de spin was binnen gespeeld. Een andere keer vonden we in zijn luier stukjes van een kapotte ballon in zijn stoelgang. We schrokken ons eerst een bult dat zijn stoelgang fluogeel was, tot we ontdekte dat het een halve ballon was die mee gekomen was. Beide voorwerpen waren gelukkig onschuldig, al huiver ik zelf toch flink bij de gedachte dat ik een levende spin zou binnen spelen.

Ook onze jongste telg die net één jaar geworden is kan er wat van. Etensresten die de vorige dag onder de tafel belandden, dat kan ik nog een beetje begrijpen en maakt me niet meteen ongerust. Maar als we eventjes buiten spelen, begint hij vrolijk zand, schors of steentjes te eten. Dat hij van al die dingen proeft om ze te ontdekken, kan ik nog begrijpen. Maar wanneer hij begint te kauwen op die schors, begrijp ik niet dat hij niet beseft dat dit echt niet lekker is en de reflex niet heeft dit uit te spuwen. Integendeel: kiezelsteentjes lijken er vlotter in te gaan dan stukjes wortel.

Neen, na duizenden jaren evolutieleer begrijp ik echt niet waarom we die hele ik-stop-alles-in-mijn-mond-fase nog niet hebben afgeleerd. Het zou het leven van ouders toch veel handiger maken!

 

Deze blog verscheen ook op Gezelligechaos.