Je kind correct vastklikken in de auto doe je zo

  • door Mamabaas

Het veroorzaakte nogal wat opschudding: uit cijfers van Vias bleek dat drie op de vier kinderen niet correct vastgeklikt zitten in de auto. Dat betekent dat ze niet in een aangepaste stoel zitten volgens hun lengte of gewicht, of dat ze hun gordel niet op de juiste manier of zelfs helemaal niet dragen. Hallucinante cijfers, zeker als je weet dat 77% van de ouders wel denkt dat hun kind perfect vastzit. 

Bij een correct gebruikte autostoel loopt een kind drie keer minder kans om zwaargewond te raken bij een ongeval of te sterven. Reden genoeg om ervoor te zorgen dat je kind goed vastgeklikt zit. Maar wanneer zit je kind nu eigenlijk correct in de auto? Het leek ons zinvol om nog eens duidelijk alle info op een rijtje te zetten! 

1. Kies voor de juiste autostoel

Het is soms verwarrend: wanneer mag je kindje nu overstappen op de volgende categorie van autostoel? Soms vind je tegenstrijdige informatie terug, dus hierbij nog even het overzicht.

Welke autostoel je gebruikt, heeft niets te maken met de leeftijd van je kind, wél met zijn of haar lengte en gewicht. De verschillende soorten autostoelen worden onderverdeeld in groepen.

  • Groep 0/0+ : tot 10kg / tot 13kg, lengte tot 85 centimeter. Baby’s moeten tegen de rijrichting vervoerd worden omdat dat veiliger is. Deze stoel mag zowel vooraan als achteraan worden geplaatst. Opgelet: als je de stoel op de passagiersstoel vooraan plaatst, zorg er dan voor dat de airbag is uitgeschakeld.
  • Groep 1: 9 tot 18kg, 80 tot 105cm. Ook bij peuters wordt geadviseerd om hen tegen de rijrichting in te laten meerijden. Bepaalde producenten bieden dergelijke autostoelen aan.
  • Groep 2: 15 tot 25kg, 105 tot 135cm
  • Groep 3: 22-36kg, tot 150cm (verhogingskussen zonder rugsteun, meestal worden 2 en 3 echter gecombineerd). Deze kan enkel correct gebruikt worden in combinatie met een driepuntsgordel en mag niet gebruikt worden met een heupgordel (tweepuntsgordel).
  • Groep 2/3: 15-36kg, 105 tot 135/150 cm
  • Groep 1/2/3: 15 tot 36kg, 80 tot 135/150 cm

Hou je kind zo lang mogelijk in de laagste categorie, dat is namelijk altijd de veiligste optie! Pas als het hoofdje boven de rugsteun  van het zitje uitsteekt (bij twijfel: kijk of de oren niet boven de rand van de stoel uitkomen) of als het maximumgewicht bereikt is, is het tijd om over te schakelen naar de volgende autostoel.

Een verhogingskussen (groep 3) kan gebruikt worden bij grotere kinderen (15 tot 36 kg), maar een verhogingskussen mét rugsteun (groep 2/3) biedt een betere bescherming en is dus aan te raden: de rugsteun zorgt ervoor dat de gordel correct over de schouder loopt, en biedt een goede zijdelingse bescherming, vooral ter hoogte van het hoofd.

2. Klik je kind correct vast

  • Zorg dat er niet te veel speling op de riempjes zit: er mag maximaal 1 centimeter ruimte zijn tussen de riempjes en je kind. Span de gordel overal goed aan.
  • Zorg dat de riempjes mooi over de schouder passen, en dat ze niet achter de rug of onder de oksel doorlopen.
  • Zorg dat de gordel op de juiste manier wordt vastgeklikt in de stoel.
  • Zorg ervoor dat de gordel niet gedraaid zit.
  • Laat je kind niet met een dikke jas in de autostoel zitten.
  • Zorg ervoor dat je kind zijn armpjes niet uit de riempjes kan losmaken.

3. Bijkomende tips

  • Controleer of je zitje geschikt is voor je kind. Autostoelen zijn gehomologeerd volgens gewicht of lengte.
  • Lees altijd aandachtig de handleiding vooraleer je de stoel installeert.
  • Zorg ervoor dat de autostoel in de juiste richting wordt geplaatst. Bij een babyzitje is dat altijd tegen de rijrichting in.
  • Als je kan, kies dan voor een ISOFIX-systeem.
  • Klik je kind altijd vast: ook op een kort traject kan er een ongeluk gebeuren.
  • Als je kind zelf de gordel vastklikt, controleer dan nog eens of dat wel op de correcte manier gebeurde.

 

Bronnen: vrt Nieuws, Vias