Mijn bevallingsverhaal: hoe je je nooit helemaal kan voorbereiden op wat er komt

Hier is het dan, mijn bevallingsverhaal. Eerlijk en oprecht en misschien nét iets te gedetailleerd. Ik was zo’n mom-to-be die alle boeken had gelezen, en alle mogelijke scenario’s al tien keer had afgespeeld in mijn hoofd (hallo fulltime piekerqueen). Ik las honderden bevallingsverhalen van andere mama’s in de hoop dat het mijne gelijkaardig zou zijn, zodat ik wist op wat ik mij kon voorbereiden. Maar niets was minder waar, want mijn verhaal was nummertje 101 van de 100 verhalen die ik las.

Daarnaast pakte ik het tijdens mijn zwangerschap vooral praktisch aan. Want graag zwanger was ik niet. Of dit door die gekke Covid-pandemie was of door de vele kwaaltjes was die ik had, geen idee. Maar ik telde af, ik telde zwaar af. En elke dag dat ik met mijn bolle buik en opgezwollen voeten rondslofte was een gewonnen dag, en tegelijk een dag te veel. Ik was opnieuw misselijk (net zoals de eerste 25 weken van mijn zwangerschap), en door kantje-boordje zwangerschapsvergiftiging moest ik meerdere keren per week aan even aan de monitor, en 24 uur debiet urine bijhouden. Dus het romantische aftellen was er ook wel af, dat het maar vlug 11 juli was …

Maar gelukkig begon het allemaal op 7 juli heel vroeg ’s morgens, zo rond een uur of 2. Ik werd wakker, zoals ik elke nacht en zowat elk uur van de nacht deed de laatste maanden. Maar dit keer voelde het anders. Ik moest plassen, dat ook, maar ik had een raar gevoel in mijn buik.

Terwijl ik naar de badkamer strompelde op automatische piloot (want dat was mijn trucje om snel terug in slaap te vallen: ogen half stok en op de tast naar de badkamer) fluisterde ik in mijn binnenste ‘please laat het dat zijn, alstublieft’. Ik plofte mij neer op het toilet en zag een slijmprop. Ik kalmeerde mezelf met de gedachte dat je gerust nog enkele dagen/weken kan rondwandelen nadat je die prop bent verloren. Ik ging terug naar bed, maar zette voor de zekerheid toch even die weeëntracker open. Bij een klein krampje drukte ik op start, en 40 seconden later weer op stop. Zo lag ik een tweetal uren in mijn bed te draaien, waarbij ik om de 10 minuten eens op start moest drukken.

Rond een uur of 4 besloot ik toch mijn lief wakker te maken, ik zei hem zachtjes dat ik dacht dat zijn dochter op komst was. Hij schoot wakker (had ocharme drie uur geslapen want ’t was voetbal geweest) en vroeg of hij iets kon doen. Ik besloot een badje te nemen terwijl mijn vriend telkens op start en stop drukte wanneer ik dat aangaf. De krampen kwamen om de 3-4 minuten en duurden ongeveer een minuut.

Ik kon alles wel verdragen, maar we besloten toch de vroedvrouw te bellen, omdat we in de zwangerschapscursus hadden geleerd dat je vanaf weeën om de 5 minuten best even belt. Voorbeeldig als we waren, en rond 6 uur kwam de vroedvrouw aan bij ons thuis. Ik liep op het gemakje rond in de keuken, een handdoek in mijn haar gedraaid en ik maakte nog enkele bestellingen klaar voor mijn webshop. De vroedvrouw vroeg of we knuffelaars waren en raadde aan om nog even in bed te kruipen en te knuffelen, want aan mijn gedrag te zien en hoe ik mijn ‘krampkes’ kon opvangen vermoedde ze dat het ‘nog niet voor direct zou zijn.’

Sowieso moesten we om 10 uur naar het ziekenhuis voor, what else, een afspraak voor de monitor. Dus zou de vroedvrouw rond 9 uur nog eens langskomen en dan konden we naar onze afspraak. ‘En als er iets is moet je maar bellen’, maar naïeve ik dacht natuurlijk weer dat dat niet nodig zou zijn. Kersenpitje opwarmen en nog wat knuffelen in bed. Draaien en keren, niet goed liggen, krampkes trotseren en op start/stop drukken. Na 20 minuten in bed kronkelen waren die krampen toch wel stevig en belden we opnieuw naar de vroedvrouw, die rond 8u15 dus weer aan de voordeur stond.

Op dat moment had ik een muur of de zetelleuning nodig om een wee op te vangen, en tussenin zat ik voorover gebogen met een emmer in de hand. Hello again misselijkheid en kotskes ... Nu kwamen die weeën wel veel sneller op elkaar, en aan mijn gedrag en ‘kotskes’ vermoedde de vroedvrouw dat ik op een 3-4cm zou zitten. We besloten samen om geen onderzoek te doen naar hoeveel opening er al was, omdat dat nu niet het meest aangename is en we om 10 u toch in het ziekenhuis moesten zijn. Alle onzin die ik heb uitgekraamd tussen de weeën weet ik niet meer, maar de vroedvrouw zei dat er wel enkele grappige quotes tussen zaten.

Terwijl ik zat te puffen stak mijn vriend de laatste spullen in de tas voor het ziekenhuis en maakten we ons klaar om te vertrekken. Die kersenpit nog een laatste keer opwarmen, en met een emmer in de hand strompelde ik naar de auto. Tijdens mijn zwangerschap had ik mezelf altijd wijsgemaakt dat we tussen twee weeën naar het ziekenhuis zouden kunnen rijden. Het is immers maar 4 minuten rijden, en zoals we geleerd hadden was het tijd om naar het ziekenhuis te gaan als er ongeveer om de 5 minuten een wee is. Niet dus.

Ik leunde voorover op het dashboard, emmer tussen mijn benen en kersenpitje tegen mijn buik, terwijl mijn vriend nogal wat verkeersregels aan zijn laars lapte.

Aangekomen bij de ingang van de spoedgevallen kan ik mij niet veel meer herinneren. In mijn hoofd lijkt het of ik dan even geen weeën had maar niets was minder waar. Eentje opvangen tegen de auto, eentje aan de ingang van het spoed en dan enkele in die rolstoel op weg naar het verloskwartier. In verloskamer 3 kon ik gewoon vanuit mijn rolstoel voorover buigen op mijn bed en onderzocht de vroedvrouw meteen hoeveel opening er al was.

ACHT CENTIMETER? En een epidurale dan?!

De vroedvrouw vroeg: ‘wil jij nu nog een epidurale?’, en ik keek haar aan met een blik van ‘als hier binnen het kwartier geen anesthesist staat, dan breek ik de boel af’.

Ik deed mijn slipje terug aan, alsof ik nog wel wat zou rondlopen en mijn dochter wel een andere uitgang zou gebruiken. Mijn lichaam ging in survivalmodus, trillingen over heel mijn lijf van al de adrenaline die door mijn lichaam gierde.

Voor een badje, zitbal, het bevallingskleed waar ik op was voorzien, was allemaal geen tijd meer.

Al heel snel was de anesthesist in mijn kamer voor de ruggenprik, en eerlijk gezegd was ik daar  nerveuzer voor  dan voor de bevalling. Gelukkig hebben ze alles mooi uitgelegd en vertelden ze mij dat ik mij gewoon op mijn weeën moest concentreren en van niets moest aantrekken. De vroedvrouw stond voor mij en ik vroeg haar of ik haar stevig vast mocht nemen. Een deugddoende en geruststellende knuffel, en voor ik het wist was de epidurale aan het inwerken. Ik werd in bed gelegd, want zo gaat dan, en ik voelde mezelf wegdommelen. Een tijdje later werd ik wakker. Mijn vliezen moesten gebroken worden, en jeetje wat was dat een raar gevoel. Alsof je in je broek plast zonder kleren aan. Ze kwamen een middagmaal brengen voor mijn vriend, en op de tv konden we de Tour de France volgen.

Telkens wanneer iemand in mijn kamer binnenkwam werd gevraagd naar de positie van Van Aert. Ondertussen ging mijn vroedvrouw in middagpauze en zei ze ‘dat het de moment’ zou zijn als ze terug was. Rond 12u45 was ze daar, en zette Van Aert de aanval in.

De voorbereidingen werden getroffen, beensteunen werden vastgeklikt, wat extra oxitocine werd door mijn aderen gepompt. Blaas leegmaken en eens oefenen om te persen. Ondertussen deed ons dochter het nog steeds zo voorbeeldig, perfecte hartslag, ze was er klaar voor.

Plots ging alles dan razendsnel, er werden mensen van de neonatologie opgeroepen omdat er stoelgang in het vruchtwater zat, en voor ik het wist mocht ik mij voorbereiden om actief te beginnen persen. Er werd mij gezegd dat ik toch op 45minuten actieve arbeid mocht rekenen. Ik keek naar de klok en er stond 13u25. Ik zei tegen mezelf dat tegen de koffie en een taartje, ons kleine meid er al zou mogen zijn. Eens een controlefreak, altijd een controlefreak.

De vroedvrouw zei constant hoe goed ik het deed, en ik vroeg haar of ze het meende of mij gewoon wilde aanmoedigen. Bij elke wee een grote hap adem en duwen duwen duwen alsof je leven er van af hangt (wat misschien wel een beetje zo is), en nog eens opnieuw zolang de wee duurde. Bij elke wee kon ik 3 maal adem happen en ik was ontzettend trots op mezelf. Die oerkracht en mama-leeuwin die in mezelf naar boven kwam, dat is onbeschrijfelijk en prachtig tegelijk. Heel stilletjes en bedeesd perste ik bij iedere wee verder. Ik was rustig en had mezelf onder controle, geen leeuwengebrul maar gecontroleerde kracht.

Terwijl ze daar de ‘down under’ wat mee hielpen, voelde het alsof ze dat meters openrokken, en zeiden de dokters constant dat ik aan het winnen was. ‘Wat winnen?’ vroeg ik, maar ik ging er verder niet op in.

Ik zag de klok op 13u44 staan en bij het openen van mijn ogen tussen de weeën door, voelde ik mij plots een attractie in de dierentuin. Acht paar ogen, mondkapjes, handschoenen en haarnetjes staarden mij tegelijk aan tot ik nog eens mocht/kon persen. Op dat moment dacht ik ‘f***ck de hele wereld, ik doe nu mijn ogen toe, houd die hendels aan mijn bed zo stevig mogelijk vast en ga persen tot mijn dochter er is, en verder moet iedereen maar gewoon zijn werk doen’. Mijn vriend fluisterde nog ‘goe bezig maatje, komaan, gij kunt da’.

Ik kreeg een knipje, en ik zweer dat het klonk alsof ze tot aan mijn ruggengraat aan het knippen waren.

De gyneacoloog zei me dat ik bij de volgende wee even zou moeten ‘vast houden’, zodat ze de baby een kwartje zouden kunnen draaien voor de schoudertjes. Ik mocht nog een keer persen en dan vasthouden hadden ze gezegd.

En plots was ze daar… Niets te wee vasthouden of kwartje draaien.

 ZE WAS ER! De volle 3,825kg lieve (niet zo) kleine Leonie.

En de rest (hechten, extra verdoven, niet moeten persen voor de nageboorte, navelstreng doorknippen, … ) is geschiedenis.