Mijn zoon krijgt huisonderwijs

Mijn jongste zoon van vijf krijgt huisonderwijs. Wel ja, huisonderwijs is in zijn geval wellicht veel gezegd. Maar hij gaat dus niet naar school, en bijgevolg krijgt hij al zijn onderwijs thuis. Of ergens onderweg, dat kan ook.

Allereerst: hij is nog een kleuter. En dus speelt hij veel. Zo hoort dat.

En verder zou je denken dat je met zo’n kind knutselt en tekent en puzzelt. Kleit, schildert en samen koekjes bakt. Liedjes zingt en versjes leert.

Wel euhm, nee.

Want meneer doet dat eigenlijk allemaal niet graag. Zoon van zijn vader en kopie van zijn broers wat dat betreft. Als ik in een goede bui enthousiast (ja echt!) iets voorstel, is het bijna altijd: ‘Hoeft niet hoor, mama.’

Wat doen we dan wel? Unschoolen vooral. Leren van het dagelijkse leven, begot! En dat doet hij volop.

Wiskunde bijvoorbeeld. Cijferherkenning ging al snel met nummerplaten (hij is nogal gebeten door allerhande voertuigen), en met de batterij van de tablet leerde hij de getallen tot honderd (‘hoeveel procent is hij opgeladen?’).

En verder hoort hij ons vaak bezig over getallen:

‘Nee, Victor, je hebt al twaalf nicnacjes op, ’t is goed geweest.’
‘Leon, je bent al 21 minuten te lang op je tablet bezig!’
‘Jawel, Robin, we hebben wel nog 350 euro op onze rekening staan, maar we willen dat niet uitgeven aan een elektrische step.’

En dan later komen er vragen, waarin hij nieuwsgierig wordt naar echt grote getallen, en bezig is met het concept tijd.
‘Is 350 meer dan een miljoen?’
‘Hoeveel dagen ben ik al vijf jaar?’
en vooral deze: ‘Hoeveel minuten moeten we nog rijden? Tien? ZO LANG?!?’

Ook taal komt aan bod. Hij houdt de laatste tijd erg van rijmen (‘Hahahahaaaa, hol rijmt op drol!’). Hij heeft ontdekt dat letters op verschillende manieren geschreven kunnen worden, en vindt dat heel interessant. En hij maakt ein-de-lijk tijd om te luisteren als ik voorlees.

En verder veel wereldoriëntatie. ‘Mama, er zit een héél grote spin op het raam! Met vleugels!’ werd aanleiding om poten te gaan tellen en over de langpootmug te gaan lezen.

Onder de douche leerden we over het menselijke lichaam en de verschillen tussen vrouwen en kleine jongetjes (‘Mama! Jouw poenani lijkt op een dood vogeltje!’ Bedankt, kind. En nee, we zeggen hier niet poenani.)

En toen we eens wat verder reden: ‘Zijn we al in een ander land? Is Brussel een ander land? Hoe lang moeten we nog rijden? Een UUR?!? MAAR DAT IS ZESTIG MINUTEN! ZO LANG?!?’

Ja, je ziet het goed, dat laatste was aardrijkskunde én wiskunde tegelijk! Vakoverschrijdend leren heet dat, geloof ik. Wat zijn wij goed bezig! :-)

 

Verscheen eerder op Moederaandehaard.