Punten scoren in het hedendaagse moederschap

  • door Gastmama

Vorige week haalde het onderzoek van  Prof. Roskam  de krantenkoppen:  zo’n 1 op 12 ouders worstelt met een parentale burn-out. België is hiermee de trieste koploper binnen een lijst van 45 landen. Mogelijke verklaringen ziet ze vooral in twee fenomenen: onze invulling van het ouderschap getuigt van een sterk individualisme en van een doorgedreven perfectionisme. Het is niet de eerste keer dat de alarmbel wordt geluid en dat onze huidige invulling van het ouderschap wordt aangekaart. Ook Kind & Gezin en zelfstandige vroedvrouwen tonen, alvast in theorie, steeds meer aandacht voor het welzijn van de moeder. Iets wat ik zelf na de geboorte van mijn tweede zoontje mocht ondervinden. Maar is de boswachter niet ook de stroper in dit verhaal?

Zo’n twee weken na mijn bevalling kreeg ik een bezoekje van Kind & Gezin dat als onderwerp ‘mijn mentaal welzijn’ kreeg. Een nieuwe service die in het leven geroepen werd om de stijgende cijfers in postnatale depressies op te vangen, zo bleek. Volgens de maatschappelijk werker zouden nu twee op de tien vrouwen in België hiermee kampen (of was het nu in Vlaanderen? – ik had en heb nog steeds te weinig slaap om dit te kunnen kortsluiten). Deze dienstverlening was vast iets nieuws, want toen mijn eerste zoon in 2018 geboren werd, stond dat onderwerp nog niet op de agenda.

Eureka! Maar is een bezoekje genoeg?

Nu ik twee weken aan het werk ben, en de moederschaps’rust’ (haha) is afgelopen en daarmee ook de pauzeknop en de middagdutjes helemaal verleden tijd zijn, voel ik de realiteit van het prille moederschap met een tweede zoontje opnieuw hard op mij afkomen. Als ‘30-something’, moderne vrouw wordt er van je verwacht om na een drietal maanden opnieuw mee te draaien in het professionele werkveld – op dezelfde manier als je collega’s zonder kersverse baby’s. Dat dit met gebroken nachten en zware slaapdeprivatie niet lukt, wordt weggewuifd met een pseudo-empathisch ‘als je kleine kinderen hebt is het altijd een moeilijke periode’.

Hoewel we in andere contexten kunnen aanvaarden dat maandenlange slapeloosheid nefast is voor de performantie van het brein en het mentaal welzijn, lijkt dit in de context van het ouderschap maar slappe thee. Moeder worden is toch iets ‘natuurlijks’, zegt men dan, en heb je daar dan geen hormonen voor? Einde gesprek. Want toegeven dat jij als moeder helemaal geen ‘natuurlijke’ drive voelt die je bij slaaptekort rechtop houdt, lijkt als toegeven dat je zelfs de meeste ‘natuurlijke’ rol voor een vrouw niet kan waarmaken. Moeder word je vanuit onze maatschappelijke normen nochtans niet zomaar. En zo komen de eindtermen in beeld die je moet behalen in je weg naar het moederschap zoals voorgedragen door ondersteunende diensten zoals Kind & Gezin of vroedvrouwpraktijken.

‘Jij kan dit, mama’

Want hoewel het een mooie stap  is dat Kind & Gezin nu actiever en bewust inzet op de druk die jonge moeders voelen, spelen net zij, en bij uitbreiding de zelfstandige vroedvrouw, een niet te negeren rol in de problematiek. Deze lieve supporters die je aanmoedigen met een voortdurende ‘jij kan dit, mama’, zijn ook vaak onrechtstreeks diegene die ons ins de positie van overbelasting gebracht hebben. Wie maar een blik werpt op de website van Kind & Gezin en enkele toonaangevende vroedvrouworganisaties, merkt al snel op welke druk er op moeders wordt gelegd gedurende het hele parcours: van zwangerschap tot aan de peutertijd krijg je een hele reeks aanbevelingen voorgeschoteld die onverzoenbaar zijn of niet in overeenstemming met de maatschappelijke realiteit.

Zo begint al het advies bij de zwangerschap die je als totaalonthouder best zorgeloos doorkomt (want hé, stress is slecht voor je baby dus ‘relax’ – maar let wel op van rauwe groenten, eieren, poezen, te veel werken, andere baby’s, suiker en blijf voldoende bewegen, maar maak tijd voor rust). Waarna vroedvrouwen je adviseren over de bevalling die misschien eng lijkt, maar eigenlijk gewoon ‘bij de mens’ hoort en je dus via je ‘oerkracht’ wel tot een goed einde zal brengen (“dus liefst geen epidurale”, “en dan ook maar zonder knipje als het kan” – “laat staan een keizersnede, dat valt toch echt te vermijden” – “want met onze begeleiding lukt dat zeker” ) om dan te beginnen aan de kraamtijd (“Borstvoeding kan iedereen als je het maar lang genoeg blijft proberen”, “dat je kindje veelvuldig wakker wordt is tot één jaar toch maar doodnormaal” ”Let  echt op voor wiegendood en laat je lieveling nooit uit het oog.” “Maar wees vooral ontspannen, want ze voelen dat”).

Na een drietal maanden ga je doorgaans weer hup-hop aan het werk, waarna je bij voorkeur niet als laatste je kind komt ophalen in de crèche en als ‘goede moeder’ hou je die lieve schat bij de minste snotneus toch thuis. Het duurt niet zo lang of je mag dit alles combineren met creatieve en uitdagende spelletjes in het weekend, gezonde huisbereide tussendoortjes en opgewekte knuffeltjes als je dreumes om 5 uur ‘Mama, ikke wakker’ roept. De kleuterschool eindigt om 15.20 uur, grootouders werken tot 65 jaar en je werkgever vraagt vriendelijk om je uren in Excel bij te houden. Sommige collega’s vinden je toch echt minder ambitieus nu je moeder geworden bent. De richtlijnen van je lieve vroedvrouw en Kind & Gezin lijken steeds meer een utopie, zeker nu het werk ook het beste van je verwacht. De prestatiemaatschappij blijft je willens nillens doorheen het hele parcours vriendelijk, maar ook aanmanend ondersteunen met goed advies.

Nuance?

Uiteraard is er in persoonlijke gesprekken of themamagazines ruimte voor nuance – zeker nu het mentaal welzijn van ouders onder druk komt te staan. Zo nuanceert de Gezinsbond bijvoorbeeld  in Brieven aan Jonge Ouders dat “een 7/10 als ouder” een mooie score is. Deze richtlijn vertrekt vanuit een goede intentie, maar zolang je op je website het tegendeel propagandeert en onrealistische eindtermen voorhoudt, blijven het loze woorden. Dat je in je beeldspraak bovendien nét voor een punt op tien kiest, wakkert het idee aan dat ouderschap een test is waar je best zo hoog mogelijk op scoort. Uiteraard is een 7/10 ‘voldoende’, maar elke ijverige leerling ziet toch liever een 10/10 met complimenten van de leerkracht op haar rapport.

De gelijkenissen met hoe modemagazines meesurfen op de ‘body positivity’-hype vind ik treffend. Zij publiceren af en toe een artikel over zelfzorg en jezelf aanvaarden, maar blijven de facto voor graatmagere modellen kiezen als ideaal. Kan je niet om met deze paradoxale situatie, zijn ze de eerste om ‘zelfzorg’ te adviseren. Gelijkaardig adviseert de website van Kind & Gezin onrealistische idealen: je houdt best toezicht bij je kind als het slaapt en controleert elk kwartier zijn welbevinden, maar blijft  hier lekker ontspannen bij -  als broodmaaltijd serveer je gerookte vis of maak je zelf een broodspread van verse blauwe bessen, en kijk je rustig aan tafel toe hoe je kind zijn boterham weigert - je geeft uiteraard minstens zes maanden borstvoeding en kan gerust kolven op het werk, want dat is maar een kleintje als je de beste voeding voor je kind wilt, ook al blijkt uit cijfermateriaal dat maar 30% van de moeders hier effectief in slaagt.

Het uurtje quality-time met de maatschappelijk werker is er dan weer om je te ondersteunen in je welzijn als dit takenpakket toch te hoog gegrepen lijkt. Ook hier ligt de ‘taak voorhanden’ opnieuw bij de moeder. Het is niet de waslijst aan onrealistische adviezen, wel de veerkracht en beleving van de moeder die moeten bijgestuurd worden. De zwakke leerling krijgt remediëring. Zou ik het even ongenuanceerd ‘blaming the victim’ durven noemen?

Rapport richting ‘diploma mama’

Het goede moederschap lijkt steeds meer op een rapport met vakken richting ‘diploma mama’ waarbij een grote onderscheiding weggelegd blijft voor de uitblinkers. Insert: perfectionisme. Sommige zijn oermoeders, andere ploetermama’s. Hoe streng de eindtermen  zijn en hoe hard ze doorwegen blijkt onder meer uit het succes van ‘Niet aan kind en gezin verklappen’, waarin Hanne Luytten, een zelfverklaarde ‘ploetermoeder’ opbiecht dat ze net iets te vaak spaghetti voorschotelt – blijkbaar in haar perceptie (en die van haar circa 17.700 volgers) voldoende om je status als ‘oermoeder’ te verliezen en om jezelf lacherig te bombarderen tot een herkenbaar moederfiguur. De status van goede moeder moet je verdienen in de rangorde van ‘ploetermoeder’ tot ‘oermama’.

Dat is zorgwekkend, want de druk die op jonge vrouwen wordt gelegd voelt, alleszins voor mij, nog veel dwingender en dus ongezonder dan eender welk schoonheidsideaal in de Joepie van destijds. Een schoonheidsideaal kan je af en toe nog lacherig aan de kant schuiven als oppervlakkig of secundair, goede zorg geven aan je kind niet. En zo komen we weer naadloos bij de aanleiding van dit betoog: de parentale burn-out.

Ongezonde boodschappen en dooddoeners

“Maar zijn je kinderen jouw immense inzet dan niet waard?”. Het idee dat grote liefde gepaard moet gaan met grote opofferingen – ongeacht of die ten koste gaan van jezelf - is een ongezonde boodschap die je bovendien liever niet meegeeft aan je kinderen. Iemand graag zien is geen kwestie van ‘om ter diepst gaan’ of een opbod in martelaarschap, een gezonde relatie gaat niet ten koste van jezelf. En daar lijkt het steeds meer op. Jonge moeders pochen onderling hoe lang ze voor hun kinderen kolfden tot bloedens toe, hoeveel borstontstekingen ze hebben ‘overwonnen’ en tot welke leeftijd ze zeven keer per nacht nog bleven opstaan zonder klagen. Hoe vaak diezelfde moeders al huilend aan het kopieerapparaat stonden, lees je niet in de magazines en vertelt ook niet elke vrouw.

 “Maar je wou toch zelf kinderen? Wees blij dat je er kon krijgen in plaats van zo ondankbaar te zeuren.” of “Tsjah, dat hoort erbij”  hoor je soms ook. Dit zijn de grootste dooddoeners waarna het debat verstomt. De argumentatie schiet echter naast de kern van het betoog. Het zijn vaak niet de baby’s of kinderen zélf die tot overbelasting, burn-out of neerslachtige gevoelens leiden. Het is de context waarin we deze kinderen krijgen die voor velen problematisch lijkt te worden.

Maar hé, vooral rustig blijven en niet te veel stress, want dat is slecht voor de emotionele ontwikkeling van je baby en de hersenstructuren. “Dus relax mama, ga even naar de cinema met wat vriendinnen – dan kan je die refluxbaby weer helemaal aan” of “Ga even wat uitwaaien onder een boom en voel je één worden met de natuur zodat je ook je natuurband met je baby’tje voelt aanwakkeren”.

Dankjewel voor het advies, liefste vroedvrouwen, maar met een filmpje of een boomknuffel zal er op langere termijn niet veel veranderen. Het is hoog tijd dat we moederschap niet meer als een scoreblad benaderen met specifieke leerdoelen. Tijd om ouder zijn te herleiden naar de essentie: liefde, een dak boven het hoofd, eten op tafel – doen wat je kan binnen het redelijke zonder jezelf hiervoor op te offeren. Laten we in afwachting van dat breder kader alvast lief zijn voor elkaar en naast onze foto’s van opgepoetste kinderen, ook de minder mooie taferelen delen die er gewoon bij horen en van jou alles behalve een ploetermoeder maken. Laten we stoppen met elkaar op de schaal van ploetermoeder tot oermoeder te zetten.

 

Ruth, een vermoeide moeder van de vermoeide moedertjes club

 

Disclaimer: deze tekst is uiteraard geen volledige weergave van hét moederschap. Dat lijkt mij niet mogelijk omdat we in uiteenlopende contexten moederen en verschillende factoren beïnvloeden hoe iemand het moederschap ervaart. Het is wel een getuigenis van hoe ik, en sommige moeders in mijn wijdere omgeving, het ervaren. De opmars van postnatale depressies en parentale burn-outs sterkt me wel in de overtuiging dat ik niet de enige ben die het discours zo ervaart.

Disclaimer 2: uiteraard zijn er individuele vroedvrouwen en medewerkers van Kind & Gezin die fantastisch werk leveren – het gaat hier over het ruimer discours dat desondanks dominant blijft.