Wat als mijn kind gepest wordt?

Pesten is niet alleen lastig en complex, het is tegenwoordig ook een groot probleem. Wanneer jouw kind je vertelt dat hij/zij gepest wordt of wanneer je dit via via te horen krijgt, word je als ouder zelf ook geconfronteerd met heel wat moeilijke emoties. Hier vind je enkele tips om dit probleem samen met jouw kind aan te pakken.

Praten en luisteren

Praat met je kind, ga in gesprek hierover. Neem het verhaal ook serieus en ga het niet minimaliseren. Beluister het probleem: op welke manier(en) wordt jouw kind gepest?

Geef je kind zeker erkenning voor het feit dat hij/zij het vertelt. Maak duidelijk dat dat een heel belangrijke stap is en dat hij/zij er niet alleen voor staat. Het vertellen aan een volwassene is een heel belangrijke stap voor het slachtoffer: als pesters merken dat het pesten geheim blijft, gaan ze gewoon door omdat niemand er iets aan verandert.

Maar door het te vertellen, is het pesten uiteraard ook niet meteen van de baan: geef aan dat pesten een lastig probleem is en dat hier misschien verschillende mensen bij betrokken moeten worden. Verzeker je kind dat je hierbij zult helpen.

Vervelende gevolgen

Vaak zijn er ook heel wat vervelende gevolgen verbonden aan het pesten: concentratiemoeilijkheden, slapeloosheid, niet meer naar school willen, buikpijn, veel huilen, kwaadheid… Luister naar wat jouw kind ervaart en hoe het zich voelt.

Pesten is een heel gevoelig thema en een kind heeft tijd nodig om de vele verwarrende emoties een plaats te geven en erover te kunnen praten. Geef jezelf als ouder dan ook niet de schuld dat je het niet meteen door had, dat je het niet hebt opgemerkt. Kinderen weten niet meteen wat ze hiermee moeten doen, ze hebben schrik of ze proberen het eerst zelf op te lossen.

Plagen of pesten?

Er is wel degelijk een verschil tussen plagen en pesten:

  • Plagen gebeurt af en toe eens, vooral tussen vriend(inn)en of tussen broers en zussen, en is vaak wederzijds. Het is in feite een vorm van spelen, er zitten geen kwade intenties achter en het is niet de bedoeling om te kwetsen. De ene doet bijvoorbeeld eens iets dat onaardig lijkt, maar als grapje is bedoeld. De andere doet een volgende keer hetzelfde, maar het gebeurt in een onschuldige ‘grappige’ sfeer.
  • Pesten betekent echter dat je iemand expres pijn wilt doen of kwetsen. Het kan spelenderwijs beginnen, als grapje, maar het wordt echt pesten als de pester wel merkt dat de ander het niet leuk vindt, maar hij/zij er toch mee doorgaat. Pesten gaat overigens niet louter om fysiek pesten; woorden kunnen ook pijn doen. En als het iemand pijn doet, angstig of verdrietig maakt, dan moet het stoppen.

Geen enkele reden is goed

Soms worden kinderen gepest omdat ze ‘anders’ zijn dan de meeste kinderen van hun leeftijd: ze zien er bijvoorbeeld iets anders uit, ze hebben andere interesses of andere (of meer) vaardigheden of talenten voor een bepaald vak of een hobby. Maar er bestaat geen enkele goede reden of geldig excuus om iemand te pesten! Geen enkel kind vraagt om gepest te worden, ieder kind verdient het om zichzelf te kunnen en mogen zijn. Het ligt dus niet aan jouw kind als het gepest wordt, en het is zeker niet zijn of haar schuld!

De rol van de school

Neem contact op met de school. Als jouw kind dat in eerste instantie niet ziet zitten, leg dan heel duidelijk uit waarom dat belangrijk is en hoe het zou kunnen helpen. Help je kind om die stap te zetten. Vertel je kind dat hij/zij de baas is over wat er wel of niet gebeurt en dat alles op zijn/haar tempo gebeurt.

Benadruk tegelijkertijd het belang van de school en het feit dat zij ook graag willen weten wat er aan de hand is zodat ze kunnen helpen om iets te veranderen. Ook op school zorgt geheimhouding er immers voor dat er niets verandert en dat het pesten niet stopt.

Wie vertrouwt je kind?

Vraag aan je kind wat hij/zij nodig heeft om het op school te kunnen vertellen: bij wie kan hij/zij terecht op school, wie vertrouwt hij/zij en met wie zou hij/zij erover willen of kunnen praten?

(Zorg)leerkrachten kunnen niet altijd weten wat er tussen kinderen gebeurt. Heel vaak zullen pesters er ook voor zorgen dat de volwassenen het niet zien. Vaak zijn kinderen bang dat het pesten erger wordt als ze het vertellen.

Doe dus niks dat je kind niet ziet zitten, maar probeer wel duidelijk te maken waarom het belangrijk is om het te vertellen.

No Blame-methode

Goed om te weten: meer en meer scholen passen de No Blame-methode toe bij pestproblemen. Zonder de pester aan te duiden, te confronteren of te straffen, gaan ze in klasverband met een klein groepje aan de slag (vaak met de pester, de meelopers, de kijkers...) om de zorg voor jouw kind op te nemen.

Op die manier merken de pesters bijvoorbeeld dat hun manier van handelen (= pesten) geen ‘populaire’ manier meer is om met anderen om te gaan. Ze worden als het ware zelf buitenstaanders als ze niet stoppen met pesten en zullen zich stilaan ook meer in de positie van hun slachtoffer kunnen inleven. Het risico op (nog meer) pesten wordt op die manier dus juist kleiner.

Ga gerust samen met jouw kind in gesprek over hoe pesten op school wordt aangepakt. Stimuleer en benadruk ondertussen ook steeds de positieve momenten: situaties, plaatsen, vriendjes waar je kind zich wel goed bij voelt en zichzelf kan zijn (hobby’s, jeugdbeweging, sportclub...).

Alternatieve aanpak

Mocht het toch nog te beangstigend zijn voor jouw kind om de juf of meester in te lichten, dan kun je eventueel samen met je kind naar verschillende manieren zoeken om met dit probleem om te gaan.

Met welke vriend(inn)en kan je kind het best optrekken zodat hij/zij zich wat sterker of veiliger voelt? Kan je kind eventueel samen met een vriend(in) naar de juf of meester stappen op het moment dat het gepest wordt? Hoe kan je kind het best reageren (bv. het pesten negeren, voor zichzelf opkomen op een positieve manier, grenzen aangeven, sterk staan, stop zeggen, de pester blokkeren op sociale media, niet reageren op berichtjes...).

Je kunt zulke zaken gerust samen met je kind op papier zetten en kijken wat jouw kind ziet zitten. Misschien beslist jouw kind op een ander moment wel om toch samen naar de school te stappen. Elke pestsituatie en elk kind is anders.

Steun en bemoediging

Geef in ieder geval aan dat het heel goed is dat je kind probeert om iets aan de situatie te veranderen. Daar heb je immers veel moed en lef voor nodig! Hoe dan ook: probeer er te zijn voor je kind, luister naar wat je kind te zeggen heeft en onderschat het probleem niet. Je kind heeft jouw aanwezigheid en zorg hard nodig om hier iets aan te kunnen doen!